16 oktober 2010 Seminar “Duurzaam design loont!” Dit jaar stond het designweekend, Design in Groningen, in het teken van duurzaamheid. Ontwerpers krijgen steeds meer te maken met de vraag naar duurzaam geproduceerde producten, zowel uit de samenleving als uit de markt. Is dit een opgave of een uitdaging? En, heeft het zin om je daarop te richten? Loont het om je bezig te houden met duurzaamheid? En in welke zin? Is het ideëel of valt er ook nog wat aan te verdienen? Het antwoord hierop zat eigenlijk al in de titel: Duurzaamheid loont! Aan de sprekers was de eer gegeven deze stelling te mogen bewijzen.
Het mes snijdt dus aan twee kanten. Roel wil echter benadrukken dat MVO (Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen) bij hen geen Green Wash marketing is. MVO is core business, het is de bedrijfsstrategie, het zit in de missie en de visie van het bedrijf, het is ingebed in de bedrijfsstructuur. De doelstellingen zijn dan ook behoorlijk ambitieus: in 2020 wil Ahrend een volledig gesloten materiaalketen hebben en moet de hele productie niet alleen CO2 vrij zijn, maar streeft het bedrijf zelfs naar Zero Emission. Vorig jaar al produceerde het bedrijf 70% minder CO2 dan in 1990. In 1992 kwam Ahrend met de eerste ecodesignstoel, die toen al volledig recyclebaar was. Recyclen is ontwerpen Het probleem is nu dat deze stoel niet gerecycled wordt, omdat de klanten niet meewerken, en die zijn wel een onderdeel van de keten. Om de keten te kunnen sluiten wil het bedrijf afspraken maken met de klanten, en een gerarandeerde restwaarde geven om er zeker van te zijn dat de spullen weer terugkomen. Aan het begin van de keten staat de ontwerper: die moet een product ontwerpen dat makkelijk te recyclen is. Recyclen gebeurt op twee niveaus: hergebruik van materiaal en grondstoffen en hernieuwen van het product. Er is behoefte aan snelle verandering maar producten gaan te lang mee. Dus een product, bijvoorbeeld een stoel, moet een soort bouwdoos zijn, die je uit elkaar kunt halen en waarvan je weer iets nieuws kunt maken. Next life wordt dat genoemd. En natuurlijk is daar aan te verdienen. Met het oog op recycling heeft het bedrijf heeft er verder voor gekozen om volledig non-composietmaterialen te gebruiken. Op deze manier kun je producten makkelijk upcyclen, waarbij je weer pure grondstoffen overhoudt. Om een kringloop sluitend te maken, moet wel iedereen meewerken. Er is bijvoorbeeld vaak een probleem omdat het in de praktijk lastig blijkt om erachter te komen wat er precies in materialen zit die toegeleverd worden; de toeleveringsbedrijven geven geen openheid van zaken. Bij Ahrend echter zijn alle ingrediënten bekend, tot op chemisch niveau. Een van de vragen die uit het publiek kwam was: verkoop je nu een product of een C2C product? En wat is de drijfveer voor Ahrend om duurzaam te produceren? Roel antwoordt dat het vaak bij klanten niet eens bekend is dat ze een C2C product kopen. "Het is triest, maar slechts 4 tot 5 procent is werkelijk en bewust bezig met duurzaam inkopen. De realiteit is: grondstoffen zijn eindig. En het is dan te makkelijk om te grijpen naar grondstoffen die wel voorhanden zijn." Voor Roel is het eigenlijk vanzelfsprekend dat er duurzaam geproduceerd wordt. "We willen geen troep, we willen geen chemische tijdbommetjes. Als het ook anders kan, moet je dat gewoon doen."
Commercieel directeur van Vastgoedontwikkelaar G&S Vastgoed in Amsterdam. Eigenlijk gebeurt er in de vastgoedsector weinig op het gebied van duurzaamheid, betoogt Jason. Het is een conservatieve sector, en een sector die het moeilijk heeft in deze tijd. Er wordt veel gepraat over duurzaamheid, maar er gebeurt niks. Om te beginnen zouden projectontwikkelaars iets moeten gaan doen aan de faalkosten, die 10 tot 15 procent van de ontwikkelkosten uitmaken. Het gaat dan om materialen die voor niets zijn gemaakt, voor niets zijn aangevoerd, weer worden afgevoerd en vervolgens worden vernietigd. Dus daar moet nog veel veranderen. Duurzaam bouwen is zo bouwen dat generaties erna ook nog wat aan hebben. Vroeger werd eigenlijk vanzelf 'duurzaam' gebouwd; de oude grachtenpanden in Amsterdam zijn ooit gebouwd als kantoren en woonhuizen, en doen nog steeds als zodanig dienst, ze worden steeds hergebruikt. Nieuwe gebouwen worden meestal niet voor de eeuwigheid gebouwd. Veel wordt na 20 jaar weer gesloopt omdat het niet meer voldoet. Jason geeft een paar voorbeelden van duurzame gebouwen die hij mede aan het ontwikkelen is. Die worden gebouwd voor specifieke opdrachtgevers, die zelf ook de gebruikers van het gebouw zijn. De tijd van “bouw maar wat en we zien wel of het verhuurd wordt” is voorbij. Beleggers kochten op financiële grondslag, ze wisten soms niet eens wat ze kochten. De risico's zijn te hoog geworden en banken willen niet meer financieren. Er wordt dus meer op maat en naar wens van de klant gebouwd, wat een zegen is voor de duurzame bouw. " Jason merkt dat er meer vraag naar duurzame gebouwen komt. Een motivatie kan bijvoorbeeld zijn dat een dienstverlenend bedrijf dat niet direct duurzame producten kan maken, op deze manier iets wil laten zien dat ze aan MVO doen. Maar ook het beheersen van de kosten van energieverbruik is aantrekkelijk voor klanten.
Tjeerd presenteerde een aantal ontwerpen, waaronder de carbonfiets, die gemaakt is van oude fietsonderdelen en carbondraden. Hij greep het seminar aan om voor het eerst zijn nieuwe project naar buiten te brengen en presenteerde een nieuw ontwikkelde windmolen. Voor een Nederlands bedrijf heeft hij een nieuw soort wiek bedacht om te gebruiken in een windmolen. Dit bedrijf heeft een kopermijn in Ghana overgenomen en was op zoek naar een goedkope windmolen die voor onder de 100 dollar gebouwd kan worden om daar te gebruiken door de werknemers. Het probleem was dat voor het geld geen hightech materiaal voor de wieken gebruikt kon worden, zoals bij windmolens gebruikelijk is, omdat dat te duur was. Toen dacht Tjeerd aan de CocaCola petfles, die na veel proberen en een aantal tests in een zelfgebouwde windtunnel geschikt bleek als wiek. De schroefrand van de fles kan in de turbinekop van biopolymeer en zo maken een aantal flessen een windmolen. Heel belangrijk bleek te zijn hoe de flessen ingesneden werden om de wind te kunnen vangen. "Het komt heel precies," aldus Tjeerd, "het zijn maar kleine inkepingen, maar het moet heel nauwkeurig gedaan worden om optimaal resultaat te krijgen." Tjeerd hoopt binnenkort met CocaCola om de tafel te zitten om te kijken of de flessen ook aangepast kunnen worden. De ribbels moeten net iets dikker zijn en het allermooist zou zijn als de snijlijn voor de inkepingen alvast aangegeven zou kunnen worden.
Hij kwam een project onder de aandacht brengen: Een aanbod voor 12 begeleide Cradle-to-Cradle-certificatietrajecten voor Noordelijke maakbedrijven, waarbij Codin hulp biedt bij het ontwikkelen van het bedrijf tot een C2C-gecertificeerd bedrijf. Meer over C2C-productontwikkeling van Codin
In de discussie aan het eind van het seminar werd nog eens de nadruk gelegd op het belang van samenwerking en het betrekken van de hele keten bij het duurzame product. Zowel de overheid als het bedrijfsleven als de klant hebben hun rol en verantwoordelijkheid ten aanzien van duurzaamheid. Roel van der Palen zoekt de oplossing toch in eerste instantie bij het ontwerp. "Bij de overheid is heel weinig kennis over producten en materialen, wat nou wel of niet vervuilend is. Je moet beginnen met het ontwerpen van duurzame producten, dan heb je geen overheid nodig om te stimuleren of te beboeten. " Ook het slotpleidooi komt uit de mond van de bevlogen Manager Sustainable Development: "Het is een hell of a job om alles weer terug te draaien, om alles wat we in de afgelopen veertig jaar voor zooi in de producten gestopt hebben, er weer uit te krijgen. Daar is een mindset voor nodig, en zeker bij de ontwerpers. Waarom moeten we rotzooi maken? Wie heeft dat in godsnaam uitgevonden? Het designprinciple moet om. Het is gewoon stom, je moet dat gewoon niet doen."
|

Met name de eerste spreker, Roel van der Palen, kwam met een inspirerend en verrassend verhaal. Als Manager Sustainable Development van het bedrijf Ahrend, is hij continu bezig de producten en het productieproces door te ontwikkelen naar het Cradle-to-Cradle principe. Het bedrijf heeft zelfs al 3 'Silver' C2C certificaten, en als eerste C2C gecertificeerde complete productlijnen. Voor een groot bedrijf als Ahrend, een bedrijf met winstoogmerk, handelend in kantoorinrichting, is het niet louter uit idealisme dat het zich in deze mate bezig houdt met duurzaamheid. Maar het bedrijf voelt ook wel degelijk een maatschappelijke verantwoordelijkheid."Wij hebben de taak om een betere wereld te creëren," aldus Roel.
Jason Blackmore
Tjeerd Veenhoven is productontwerper, met naar eigen zeggen als grootste kwalieit zijn productkennis.
Toegevoegd aan het programma was Peter Bootsma, een woordvoerder van Codin, het Contactnet Duurzame Innovatie Noord-Nederland. Hij vertelde over duurzame innovatie; om dit te realiseren moeten de handen ineen gesloten worden. Het gaat om ketenprojecten waarin iedereen mee moet doen. Duurzaamheid begint bij het ontwerp, en eindigt bij de klant. 