Over Design in Groningen
Design in Groningen
Groningen is nog redelijk onbekend wanneer het om design gaat. Wereldwijd is Groningen wél bekend om haar architectuur.
Toch is er veel design in Groningen: House of Design is al 15 jaar hier gevestigd, Vos Interieur al 100 jaar met beroemde ontwerpers Henk Vos, Roderick Vos en Bart Vos, Academie Minerva/ Hanzehogeschool Groningen heeft een meubel- en interieurvormgevingopleiding én last but not least het enige designmuseum in Nederland: Het Groninger Museum.
Ontwerpers trekken naar Groningen omdat er ruimte is. Je kunt nog redelijk goed aan werkplaatsen komen, er is veel industrie in de nabije omgeving en er wordt in de noordelijke provincies aan nieuwe (bio)grondstoffen gewerkt om tot nieuwe producten te komen. Een uitgelezen kans voor ontwerpers om te experimenteren!
Hoe is Design in Groningen ontstaan:
House of Design bestaat sinds 1996. Het was voornamelijk een internetportaal voor zelfproducerende ontwerpers en een online designmagazine. Van 1997 t/m 2000 heeft House of Design in samenwerking met Galerie KIS in Amsterdam wel tentoonstellingen in Zuidlaren georganiseerd, maar toch wilde House of Design nog meer persoonlijk contact met publiek en ontwerpers.
In 2007 heeft House of Design samen met Paulien excursions Design en Architectuur fietsroutes georganiseerd, ook tijdens Wonen&Co de beurs. Er was veel vraag naar en men wilde wel graag meer ontwerpers bezoeken. Het idee voor een Open Design Dag is toen ontstaan.
In 2008 en 2009 heeft House of Design de Open Design Dag georganiseerd. Alle ontwerpers in de stad en provincie Groningen openden hun werkplaatsen, ateliers, studio's en winkels voor publiek. Geïnteresseerden uit heel Nederland
kwamen hier op af. Dit werd volledig gefinancierd uit eigen middelen en
bijdragen van ontwerpers.
In 2010 werd het een weekend Design in Groningen, met als thema 'duurzaamheid'.
Vrijdag een Duurzame Design Pressure Cooker, zaterdag een seminar: ‘Duurzaam Design loont!’ en Zondag een Open Design Dag met groene route.
Het programma op vrijdag en zaterdag werd gefinancierd uit eigen middelen en bijdragen van Syntens, bedrijven en deelnemers aan het seminar. De zondag werd gefinancierd uit eigen middelen, bijdragen van ontwerpers, sponsoring van Wonen&Co en Vos Interieur en subsidie van de Kunstraad.
In 2011 wordt het weekend uitgebreid met de donderdag, en het evenement heet nu eenvoudigweg 'Design in Groningen'. House of Design heeft Vos Interieur, Academie Minerva en het Groninger Museum gevraagd zich erbij aan te sluiten. Bij de financiering zijn nog meer partijen betrokken, waardoor we het programma nog boeiender en veelzijdiger hebben kunnen maken.
Ontwerpers aan het woord
Bij House of Design zijn een groot aantal ontwerpers aangesloten, vooral met hun basis in en rond de stad Groningen. Er komen er hier een aantal aan het woord.
Jetske de Groot maakt in haar serie 'Multiple Family' nieuwe stoelen uit onderdelen van oude meubelen. Daardoor wordt haar werk deels bepaald door de beschikbare materialen. "Vorig jaar heb ik op uitnodiging meegedaan aan een expositie van het Cooper Hewitt National Design Museum in New York," vertelt Jetske. De titel van de expositie was 'Why design now?', en dat is eigenlijk ook mijn drijfveer. In een wereld waarin zoveel wordt geproduceerd, probeer ik bewust na te denken wat ik daar als ontwerper nog aan kan toevoegen.
Eigenlijk spreekt haar werk voor zichzelf. "Een groot deel van hoe een meubelstuk gaat worden ligt bij de opdrachtgever, en daar probeer je dan je eigen draai aan te geven. De materiaalkeuze ligt wel vooral bij mij, als ik een opdracht krijg, ga ik daar tweedehands spullen voor zoeken. Maar mensen mogen ook hun eigen stoel aanleveren, als ze daar een bepaalde emotionele waarde aan hechten. Ik gebruik het materiaal zoals ik het aantref, en dan maak ik er iets nieuws van. Ik vind de onderdelen zelf gewoon mooi om te gebruiken, en ik ga het verder niet bewerken."
Naast meubels maakt Jetske af en toe ook grotere objecten, zoals een metershoog zitobject in het dorp Wessinghuizen. Onlangs is ze begonnen met de Masteropleiding Design Cultures aan de VU van Amsterdam, om meer bezig te zijn met de diepgang van het vak.
Van Jetske mag er in Groningen wel wat meer aandacht komen voor design. "Je hebt toch het idee dat je naar de Randstad moet om te laten zien wat je doet. Daar zijn de exposities en de galerieën. Natuurlijk hebben we het Groninger Museum dat regelmatig aandacht aan design besteedt, maar dat is een hoger segment. Er zouden meer plekken in de stad moeten zijn waar ontwerpers hun werk kunnen laten zien.
Het Noorden staat volgens Jetske best open voor design, als mensen er maar meer mee in aanraking komen. "Ik denk dat in het noorden wel andere dingen gemaakt worden, die meer aansluiten bij wat de mensen hier willen." Een reden dat het noorden een eigen manier van ontwerpen heeft, kan zijn dat er minder makkelijk fabrikanten te vinden zijn die de ontwerpen kunnen produceren. "Maar dat heeft ook wel weer zijn charme, ik denk dat mensen hier veel meer zelf moeten doen, en oplossingen moeten vinden om bepaalde dingen voor elkaar te krijgen. Beperkingen leveren vaak ook mogelijkheden op!"
Patronen en ritmes zijn de passie van Volken de Vlas, iets dat heel goed te zien is aan zijn pronkstuk: de Twistable, een puzzelbare tafel met repeterende vormen. "Ik hou heel erg van logische en inventieve oplossingen, en dat je kunt zien hoe iets in elkaar zit," vertelt Volken. "Mijn ontwerpen kun je herleiden tot hun onderdelen." Met zijn puzzelbare meubels heeft hij dit tot het uiterste doorgevoerd. De onderdelen van deze meubels zijn volledig zonder lijm, spijkers of anderszins in elkaar te passen en vormen dan een sterk geheel. Dat Volken hierbij zijn eigen grenzen van perfectie steeds verlegt, blijkt uit het feit dat hij ruim een jaar bezig is geweest om deze tafel te vervolmaken.
Er zit een hele ontwikkeling achter Volken's manier van ontwerpen zoals hij die tegenwoordig uitvoert. "Het begon met het recyclen van producten die ik vond; ik ontdeed ze van hun oorspronkelijke functie, en maakte er iets nieuws van. Daarna ging ik vormen en patronen maken met gevonden materialen, en tenslotte leidde dit tot het nieuw ontwerpen van meubelstukken in repeterende vormen."
Volken heeft een grote affiniteit met duurzaamheid, en hij probeert in zijn materiaalkeuze en -bewerking zo milieuvriendelijk mogelijk te werk te gaan. "Duurzaamheid is iets dat in het ontwerp moet zitten, in de basis. Niet dat er een soort sausje overheen gegoten wordt." De puzzelmeubels worden gemaakt van biologisch verlijmd plaathout, en watergesneden, waarbij de repeterende vormen elkaars snijlijn delen. Hierdoor blijft er geen afval tussen de vormen over. Ook maakt hij meubels met oude boekenkaften, die hij opkoopt van kringloopwinkels. "Het liefst gebruik ik de linnen kaften, de binnenkant van de boeken gaat bij het oud papier."
Volgens Volken maakt het niet zoveel uit waar je werkt als ontwerper. "Een ontwerp is in principe internationaal. Je hebt wel een netwerk in je omgeving, zodat je zaken in beweging krijgt en elkaar kunt inspireren, maar over het algemeen ben ik toch een solist met een bepaalde volharding, het door gaan tot het helemaal klopt." "Zelf ben ik erg trouw aan de plek waar ik zit. Voor mij is Groningen heel goed, er zijn veel creatieve mensen, ook op het gebied van muziek en theater bijvoorbeeld. Er gebeurt heel veel. Er is niveau en eigenheid in het noorden”.
Veelzijdigheid is het kenmerk van Lambert Kamps. Van een opblaasbare tent van textiel tot een boot gemaakt van een auto, of stoelen voor dikke mensen, of een klok die de tijd aangeeft door middel van ijzervijlsel dat aangetrokken wordt door een magneet. Lambert is een fantasierijk en avontuurlijk ontwerper, die met een open vizier de wereld beschouwt. "Mijn moeder vraagt altijd: 'Wat doe je nou eigenlijk?' Daar kan ik niet zo goed antwoord op geven. Ik ben ontwerper, kunstenaar, architect, uitvinder, van alles een beetje," aldus Lambert. "Als iemand aan me vraagt of ik een vliegtuig wil maken, dan ga ik daar ook nog mee aan de slag."
Als hij iets in opdracht maakt wil hij er het liefst zoveel mogelijk van zichzelf aan toevoegen, en als het even kan niet twee keer hetzelfde doen. "Het spannende element gaat er anders wel vanaf. Het gebeurt vaak dat een opdracht voortkomt uit iets dat ik al eerder gedaan heb, maar dan probeer ik er toch een andere draai aan te geven, zodat het echt bij de opdrachtgever past. Ik wil niet een productiemedewerker van mezelf worden!"
Ideeën voor ontwerpen kunnen overal vandaan komen. "Het is niet zo dat ik met een leeg vel papier voor me zit. Meestal zie ik iets en ga er over nadenken. Of ideeën komen voort uit opdrachten, die dan op een andere manier weer iets opleveren. Overigens vind ik het wel belangrijk dat het een beetje leuk is, er mag wel humor in zitten."
Er zijn geen materialen die de voorkeur verdienen bij Lambert, hij werkt overal mee. De ene keer is het metaal, de andere keer hout, dan weer textiel. "Het is maar net wat zich leent voor het project. En ook waar ik zin in heb. Als ik net drie maanden een tent aan het naaien ben geweest, denk ik: en nu ga ik mooi een poosje lassen!" De laatste tijd doet hij veel tentoonstellingsinrichting, waarbij het materiaal vooraf al redelijk bepaald is. "Daar heb je te maken met allerlei regels, zoals brandvoorschriften, waardoor je op
bepaalde materialen uitkomt. Jammer genoeg kan ik dan niet alles doen zoals ik het zelf zou willen."
Groningen heeft voor een ontwerper zowel voordelen als nadelen, vindt Lambert. "Het is niet het middelpunt van waar alles gebeurt, waardoor het moeilijker is om werk te vinden en met mensen te praten. Mensen in Groningen vinden design wel leuk, maar de echte interesse is er denk ik niet. Ze kopen het ook niet zo snel. Een voordeel van Groningen is wel dat je makkelijk je eigen lijn kunt volgen, je wordt niet zo snel beïnvloed door wat een ander doet."
Albert Geertjes is ontwerper, vormgever, dichter en kunstenaar. Het liefst voert hij al zijn ideeën zelf uit in zijn eigen werkplaats, waarbij hij zich niet makkelijk laat tegenhouden door eventuele beperkingen. "Natuurlijk is materiaal wel iets waar je rekening mee moet houden in je ontwerp, je kan niet zomaar alles uitvoeren. Als je iets heel groots wilt maken, dat toch een fijne structuur heeft, kom je al snel bij in ieder geval een vorm van metaal uit."
Zijn werk is te verdelen in twee stromen: autonoom en toegepast. "Als ik in opdracht werk, moet ik proberen een emotie, een gevoel van de opdrachtgever te materialiseren. Dat is dan vaak een proces van je verplaatsen in hun geschiedenis." Albert doet altijd uitgebreid onderzoek naar zijn onderwerpen, hetgeen in het geval van het doopvont in de Martinikerk zelfs tot een boekje heeft geleid, waarin hij het hele proces van zoeken, associëren, uitproberen en verbeteren opgetekend heeft.
Bij autonoom werk is het materiaal vaak uitgangspunt. "Meestal vind ik het gewoon, bij toeval. Ik ga in gesprek met het materiaal en kom dan tot een ontwerp. De stenen die ik gebruik voor het stenengezin, die lagen op Öland in vele kleuren te wachten op ordening en samenhang. Ik had al wel met het idee rondgelopen, maar ik had de juiste stenen nog niet gevonden."
Er hangt eigenlijk altijd wel een verhaal aan zijn ontwerpen, een diepere gedachte, waar hij zich met een haast dichterlijke liefde aan toewijdt. Een voorbeeld is de schemerlamp met dia's van zijn vader erin. "Ik wilde graag een herinnering aan mijn vader, maar dan op zo'n manier dat het niet tijdsgebonden was. Ik heb vakantiedia's van verschillende jaren in een tijdloos object gevat."
Of het ontwerp van de letterboom, een monument op de begraafplaats van Hoogeveen, in opdracht van de jubilerende
Hoogeveensche Courant. Het werd een uiting van de combinatie van gedachten over papier, kranten, letters en metaal.
Voor Albert is een ontwerp goed als het uitdrukt wat hij uit wil drukken. "Ik weet dan gewoon: het is klaar. Voor mij is het dan geslaagd, ook als snapt iemand anders het misschien niet."
Groningen is een prima stad voor ontwerpers, volgens Albert. "Als je werk goed is, red je je hier. Er is wel veel veranderd. In het begin van de jaren '80 was er bijna geen concurrentie. Ik zie nu veel jonge collega's die goed bezig zijn, en die bevlogen zijn. Groningen is wel vrij klein, maar je moet je vleugels uitslaan, zorgen dat je ergens anders ook gezien wordt."

